Een portret van bluesveteraan B.B. King

Een portret van bluesveteraan B.B. King

,Waar ik ook ga, ik kan altijd hallo tegen een vriend zeggen’

Een van de laatste interviews die BB King gaf

De Amerikaanse blueslegende B.B. King is op 89-jarige leeftijd overleden. Zijn gezondheidstoestand was de laatste tijd zeer slecht. Onlangs werd bekend dat hij palliatieve zorg kreeg. Hieronder een van de laatste interviews die hij gaf.

Een portret van bluesveteraan B.B. King

B.B. King is precies op tijd voor onze afspraak in een luxueus hotel. Met zijn binnenkomst verspreidt zich de geur van een peperdure aftershave in de kamer. Een onberispelijk grijs pak spant om zijn enorme lichaam. De blueslegende gaat aan tafel zitten en vouwt zijn handen. Het lamplicht weerkaatst op de vier gouden ringen aan zijn vingers. Een van de sieraden bestaat uit een met diamanten ingelegd gitaartje met daarboven de naam ,B.B. King’.

De Amerikaan is een heuse bluesveteraan, maar het is hem niet aan te zien. Hij lijkt eerder een zakenman die last heeft van overgewicht, maar er niet onder lijdt. Maar vergis je niet: op het podium verandert King in een gedreven muzikant die met doorleefde gitaarlicks en een donderend stemgluid de blues uiterst effectief weet uit te dragen. Zonder gitaar is Riley ,Blues Boy’ King en gemoedelijk man, die alle tijd neemt voor een praatje.

,,Ja, muziek houdt me jong,” glimlacht B.B. King. ,,Ik blijf er gezond bij. Zoals je ziet, eet ik goed, ha ha. Maar ik doe allerlei dingen om me fit te houden. Ik zorg er bijvoorbeeld voor dat ik voldoende slaap krijg. En ik ben niet wat je noemt een feestnummer. Ik doe nooit mee aan feestjes en ik drink ook niet veel. Drugs en sterke drank zijn voor mij taboe. Nou ja, af en toe neem ik wel eens een borreltje, maar dan wel een heel kleintje. Ik eet geen vlees, want ik denk niet dat je daar gezonder van wordt. Ik raak nooit een sigaret aan en al die dingen bij elkaar zorgen ervoor dat ik me aardig op de been weet te houden.”

,,Eigenlijk gebeurt er in
mijn leven niet zoveel
bijzonders”

,,Ik ben dik tweehonderd dagen per jaar onderweg, maar dat heeft van mij geen ontheemde gemaakt. Net als een circusartiest voel ik me overal thuis. En ik ben altijd omgeven door een netwerk van mensen tot wie ik me aangetrokken voel. Waar ik ook ga, ik kan altijd hallo tegen een vriend zeggen. Natuurlijk voel ik me wel eens eenzaam. Maar wie kent die gevoelens niet? De man die nooit ver van huis en haard is, voelt zich ook wel eens eenzaam. Per jaar ben ik ongeveer drie weken thuis. In die periode probeeer ik me wel te ontspannen, maar na een paar dagen bekruipt me toch weer een gevoel van rusteloosheid. En toch doe ik in die dagen zoveel mogelijk dingen waar ik van houd. Ik ben geboren en getogen op het platteland en daarom trek ik nog altijd graag de natuur in. Daarnaast kijk ik veel naar boks- en voetbalwedstrijden, want ik ben een echte sportliefhebber. Al ben ik er zelf nooit goed in geweest. Wandelen is een prima bezigheid en dat probeer ik zoveel mogelijk te doen. Als er tussen interviews en optredens door even tijd over is, knijp ik er tussenuit voor een stevige wandeling. Omdat ik steeds in een andere omgeving ben, is er voor mij altijd veel te zien. Na afloop van zo’n tocht ga ik naar mijn hotelkamer om wat brieven te schrijven en te lezen. Dan doe ik even een tukje tot er iemand op mijn deur klopt met de mededeling dat het tijd is om op te treden. Eigenlijk gebeurt er in mijn leven dus niet zoveel bijzonders. Maar waarom zou het anders moeten gaan? Ik ben immers maar een doodgewone knaap die van sport en muziek houdt. En ik ben niet bang voor de dood, al hoop ik niet dat hij morgen voor de deur staat. Albert King schreef ooit in een liedje: iedereen wil wel naar de hemel, maar niemand wil sterven.’ En zo is het maar net.”

,,Ik ben iemand die een ander geen pijn kan doen”

,,Ja, ik treed nog altijd op in gevangenissen. Dat heb ik door de jaren heen trouw volgehouden. Gek eigenlijk, want ik heb zelf nooit achter de tralies gezeten. Dat had zeker tot de mogelijkheden behoord, want ik ben opgegroeid met jongens die regelmatrig de gevangenis van binnen bekeken. Maar ik zorgde er altijd voor dat ik niet bij hun moeilijkheden betrokken raakte. Ik ben iemand die een ander geen pijn kan doen. Het liefst ga ik moeilijkheden uit de weg. Als ik ergens binnenstap en ik heb het gevoel dat het er niet helemaal in orde is, dan vertrek ik onmiddellijk. Als ik in gevangenissen kom, valt het me steeds weer op dat ze overbevolkt zijn. En daarom ontstaan er soms situaties waardoor een gevangene niet meer dezelfde is wanneer hij vrijkomt. Daarom probeer ik voor gedetineerden een lichtpuntje te zijn. En ik weet zeker dat sommigen echt wat aan mij hebben gehad.”

,,Hoe ik dat zo zeker weet? Ik trad eens op in een exclusieve nachtclub in Chicago. Een plaats waar normaal alleen jazzmuzikanten spelen, maar voor mij was een uitzondering gemaakt. Ik ontmoette die avond een knaap die in een naburige gevangenis werkte. Hij vroeg me of ik daar een keer wilde komen spelen en ik accepteerde het aanbod. Mijn manager zorgde ervoor dat er een aantal journalisten meeging om de gevangenen naar hun reactie te vragen. Er bleek 70 procent zwarten vast te zitten. En de meesten van hen zaten al een hele tijd in voorarrest. Als ze dan veroordeeld werden, werd die lange voorarrestperiode niet van hun straftijd afgetrokken. De pers blies die zaak enorm op en hij haalde zelfs de televisie. Een maand later werden er maatregelen genomen waardoor dat systeem veranderd werd.”

,,Als ik achter de tralies zou zitten,
zou ik B.B. King niet meer zijn”

,,De eigenschap om niet in moeilijkheden te raken, komt voort uit mijn karakter. Ik houd namelijk van mijn vrijheid, ik wil altijd kunnen gaan en staan waar ik wil. Wanneer ik achter de tralies zou zitten, zou ik B.B. King niet meer zijn. Ik heb het altijd verschrikkelijk gevonden als mijn vader zei: Ga naar je kamer en kom er niet meer vandaan. Dat is vaak gebeurd, dat kan ik je wel vertellen. Mijn moeder stierf toen ik negen was, maar er waren allemaal aardige mensen om me op te vangen. Zowel blank als zwart. Toen mijn vader overleed, werd ik verder opgevoed door mijn grootmoeder. We woonden in een heel klein dorp en iedereen kende elkaar. Als ik een keer spijbelde van school, wist meteen het hele dorp het. Ik ben nooit een goede leerling geweest, ik had echt een hekel aan school. Dat was dan ook het enige punt in mijn leven waarop ik ongehoorzaam ben geweest. Pas later besefte ik hoe belangrijk onderwijs is. Het enige wat ik wilde, was gospelzanger worden. Net zoals een ander buschauffeur of dokter. Ik was gek op de muziek van groepen als de Golden Gate Quartet en Wings Over Jordan. Een van mijn ooms was priester in een kerk en hij zong en speelde regelmatig gitaar voor de gemeente. Dat wilde ik ook.”

,,De eerste gitaar die ik kreeg, noemde ik Lucille. Zo heet dat instrument nog steeds, al is het inmiddels wel Lucille de zoveelste. Hoe ik bij die naam kom? Ik trad vroeger vaak op in een plaats die Twist heette, ergens in de staat Arkansas. Twist ligt 45 mijl ten noordwesten van Memphis, Tennessee. Ik trad daar elke vrijdag- en zaterdagavond op. In de winter was het erg koud in die club en daarom stond er midden in de zaak een groot vat met afval te branden. Op een nacht kregen twee kerels ruzie en de een gaf de ander zo’n klap dat hij tegen het vat viel. Het ding viel om en de houten vloer vatte vlam. We begonnen allemaal naar de deur te rennen. Maar toen ik buiten kwam, realiseerde ik me dat ik mijn gitaar had achtergelaten. Ik rende weer naar binnen. Maar het gebouw stond al in lichterlaaie en begon om me heen in te storten. Ik verloor dus bijna mijn leven toen ik probeerde mijn gitaar te redden. De volgende dag hoorde ik dat die twee kerels aan het vechten waren geweest om een dame. Ik heb haar nooit ontmoet, maar ik hoorde dat ze Lucille heette. Ik kwam toen op het idee mijn gitaar naar haar te noemen. En na al die jaren heet ze nog steeds zo.”

,,Schoonheid wordt door
iedereen weer anders ervaren”

,,Hoe ik de blues zou willen definieren? Dat is heel persoonlijk. Schoonheid wordt door iedereen weer anders ervaren. Iedereen kan z’n eigen interpretatie aan de blues geven. Ik bestrijd in ieder geval dat het droefgeestige muziek is. Blues wordt vaak geassocieerd met de man die de hele week hard werkt, zaterdags in bad gaat en dan naar de kroeg. Hij wordt dronken, slaat z’n vrouw en vraagt zondags in de kerk om vergeving. Om op maandag weer van voren af aan te beginnen. Een leuk verhaal, maar eigenlijk is blues niets anders dan een label om onderscheid te maken met andere muzieksoorten als pop en soul. Als je als neger de blues zingt, ben je dubbel zwart. Ten eerste is je huidskleur zwart en ten tweede zing je een soort muziek dat door velen wordt beschouwd als de laagste vorm van artisticiteit. Maar ik zing en speel de blues nog steeds vol overgave en ik ben ervan overtuigd dat er een talent voor nodig is om die muziek te kunnen brengen.”

,,Ik ben zo’n beetje de halve wereld rondgereisd om op te treden en overal waar ik kwam waren de mensen laaiend enthousiast. Maar toch is elk concert weer anders. Natuurlijk begint niet iedereen als een gek te schreeuwen als ik het podium opwandel. En dat verwacht ik ook niet. Want ik moet me waarmaken. Ik moet de mensen een reden geven om enthousiast te zijn. Als ik dan na afloop iedereen op de stoelen krijg, is dat een beloning voor mij. Dan weet ik dat ik het verdiend heb. Dan voel ik me gelukkig. Maar bij het volgende concert ligt de uitdaging alweer te wachten. Dan zit iedereen weer af te wachten wat ik ga presteren. Die dingen zorgen ervoor dat ik met beide benen op de grond blijf staan. Ik besef steeds dat ik alles moet verdienen. Wat ik gisteren gedaan heb, is geschiedenis. Zolang de gemiddelde artiest zich dat maar bewust is, blijft hij een goede werker. Ik houd in mijn carriere voor ogen dat er ook andere tijden kunnen komen. Slechte tijden waarin je bijvoorbeeld geen benzine meer kunt krijgen. Niet omdat je geen tankstation kunt vinden, maar omdat je geen geld hebt. En er kunnen tijden komen dat je op de achterbank van je oude auto moet slapen omdat je geen geld meer voor de huur van je huis hebt. Als het je goed gaat, mag je nooit vergeten dat zoiets je kan overkomen. Dat vergeet ik zelf ook niet.”

Harry de Jong