JP Harris, de nieuwe held van traditionele country

JP Harris, de nieuwe held van traditionele country

JP Harris, de nieuwe held van traditionele country

“Countrymuziek verbroedert”

In Amerika geldt de 31-jarige JP Harris op dit moment als de belangrijkste fakkeldrager van traditionele country. En terecht, want zijn tweede album Home Is Where The Hurt Is maakt na de eerste noten al duidelijk dat het hart van de bebaarde en getatoeëerde muzikant klopt voor de pure countryklanken uit het eind van de jaren vijftig en begin zestig van de vorige eeuw. De tijd dat Chet Atkins nog geen vaste voet aan de grond had in Nashville om als producer countrymuziek te laten devalueren tot een zoetgevooisd genre met zoemkoortjes en overdadige orkestraties. Harris schrijft countryliedjes in de stijl van Hank Williams, de vroege George Jones, Dave Dudley en Del Reeves. In zijn beschrijvingen van zware trucks die op 18 wielen over de asfaltwegen denderen en zwarte rookwolken uit hun verchroomde uitlaatpijpen naar de hemel braken, steekt hij laatstgenoemde artiesten zelfs naar de kroon. Hoog tijd om eens nader kennis te maken met deze countryzanger.

Een telefonisch interview is zo geregeld, want zijn albums zijn inmiddels ook in Nederland uitgebracht en Harris zou niets liever doen dan de Grote Plas oversteken om hier een tourtje te maken. Dat zal ongetwijfeld een groot avontuur worden. Harris heeft namelijk nog nooit een stap buiten Amerika gezet. Sterker nog: hij heeft zelfs nog nooit met iemand aan de andere kant van de oceaan gepraat. Hij liep op zijn veertiende weg van huis en is vanaf dat moment constant onderweg geweest door Amerika. Hij zat met schaapherders rond een kampvuur, reisde samen met hele kolonies hobo’s in goederenwagons door het land en leefde kortom de inhoud van een countryliedje.

Ook nadat hij z’n band Tough Choices had gevormd, bleef hij reizen. Ditmaal van kroeg naar kroeg en club naar club om er op te treden. De laatste twee jaar legde de countryband een paar honderd duizend kilometer door het land van Uncle Sam af voor een dikke 200 optredens. JP Harris en zijn maten zijn kortom mannen met een missie. Ze willen hun ongekunstelde countrymuziek aan zoveel mogelijk mensen laten horen. En dat lukt tot nu toe aardig.

Ten tijde van dit interview is Harris negen weken lang constant onderweg geweest en hij vindt het dan ook hoog tijd het even wat kalmer aan te doen. ,,We hebben in 15 verschillende staten gespeeld,’’ grinnikt hij door de telefoon. ,,Op dit moment stromen de aanvragen voor interviews binnen, want ons nieuwe album wordt heel goed opgepikt door de radio en dat zet zoden aan de dijk. Elke dag bellen er wel dj’s op voor een interview. Als alles meezit, zouden we misschien volgend jaar naar Europa kunnen komen. Dat is mijn droom.’’

Nashville dicteert nog steeds hoe countrymuziek moet klinken en daar wordt JP niet vrolijk van. ,,Het is gewoon pop wat ze voor country proberen te verkopen en daar zal ik me altijd tegen blijven verzetten. Gelukkig ben ik niet de enige. Er is op dit moment een nieuwe generatie muzikanten opgestaan die teruggrijpt op de oude waarden van country en ik ben er trots op dat ik onderdeel ben van die revival. Heel veel jonge mensen in Amerika hebben in hun hele leven nog nooit authentieke country gehoord. Als ze mij horen, gaat er een nieuwe wereld voor hen open. ,Man, als dit countrymuziek is, dan ben ik voor de rest van mijn leven fan,’ zei laatst nog iemand tegen mij. En daar ben ik apetrots op. Dat geeft mij het gevoel dat ik iets bijdraag aan de geschiedenis van de countrymuziek.’’

Harris komt oorspronkelijk uit Alabama, maar trok al op jonge leeftijd het wijde Amerika in. ,,Op mijn veertiende liep ik weg van huis en zwierf het hele land door. Soms lopend, soms in de goederenwagon van een trein. Of ik stond langs de weg te liften. Ik wilde gewoon Amerika zien. Ik had niets anders bij me dan een slaapzak en mijn gitaar. Ik verdiende mijn geld door op straathoeken liedjes van Johnny Cash en Hank Williams te spelen. Uiteindelijk kwam ik terecht in het Noordwesten van Amerika en daar verdiende ik een tijdlang de kost met het repareren van boerenschuren en het bouwen van banjo’s.’’

Na verloop van tijd kreeg de zwerfkoorts Harris weer te pakken en hij besloot zijn wandelschoenen opnieuw aan te trekken. Hij liep een paar muzikanten tegen het lijf met wie het meteen klikte en voordat hij het wist, tourde Harris met een countryband door Amerika. ,,We zijn helemaal onderaan de ladder begonnen,’’ grinnikt Harris. ,,Tweehonderd dagen van het jaar crosten we in een aftandse bus door het land, sliepen bij mensen op de vloer en zakten door in de meest woeste kroegen.’’ Uiteindelijk sleepte Harris een platencontract in de wacht en vanaf dat moment kwam er meer structuur in zijn leven. ,,We kunnen nu gas terugnemen wanneer we dat willen omdat we iets hebben opgebouwd.’’

Wat spreekt Harris zo aan in countrymuziek? Daar hoef hij niet lang over na te denken. ,,Country is muziek waar iedereen iets van zichzelf in terug kan vinden. Het zijn eenvoudige liedjes over eenvoudige dingen uit het leven van alledag. Mensen kunnen er op dansen, om huilen en lachen. Als we optreden in een houten kroeg ergens ver van de snelweg op het platteland, komen er soms alleen oude mensen opdagen. Maar die genieten van onze muziek omdat ze er iets van zichzelf in herkennen. Een avond later staan we in een hippe tent ergens in een grote stad. Dan komen er alleen jongeren kijken en die genieten precies op dezelfde manier. Want ook zij herkennen iets van zichzelf in onze muziek. Daarom durf ik rustig te stellen dat countrymuziek verbroedert en de barrières slecht tussen generaties.’’

Harry de Jong