Frederique Spigt

Frederique Spigt

Frederique Spigt reed paard in Jubbega en haalde haar Beerennburg in Heerenveen

Frederique Spigt uit Rotterdam is waarschijnlijk een van de meest excentrieke popartiesten die ons land rijk is. En ze blijft vriend en vijand verbazen. Zo kwam ze kortgeleden op de proppen met een heus Americana album. Een uitgelezen mix van folk, blues en country, waarin gastrollen zijn weggelegd voor onder andere Bennie Jolink (zang), Joost van Es (viool) en Roel Spanjers (toetsen). Spigt heeft deze kruisbestuivingen van Amerikaanse rootsmuziek kennelijk in haar genen, want ze klinkt als een veteraan in dit genre. Sterker nog: als het onbekende zusje van Lucinda Williams of Mary Gauthier. De teksten (Got A Gun In My Holster And One In My Boot) staan bol van rokende revolvers en andere westernromantiek. Wat dat betreft legt Spigt het er wel wat erg dik bovenop en lijkt ze soms eerder een zingende Calamity Jane. Maar de rauwe emotie die uit de liedjes spreekt, maakt van Land toch een plaat die voor Nederlandse begrippen op eenzame hoogte staat.

De western cultuur heeft Frederique altijd aangesproken. Daarvoor hoefde ze niet eens naar het land van Uncle Sam. Nee, Jubbega was ver genoeg. ,,In dat dorp heb ik als meisje van 10 heel veel paard gereden,’’ onthult ze. ,,Mijn ouders huurden daar in de vakanties regelmatig een huisje. Op een dag kwam er een man voorbij op een paard. Hij heette Andries de Haan en zijn vader was veeboer. Toen hij merkte dat ik een hart voor paarden had, zei hij: Kom maar een keer langs, dan mag je een ritje maken. Ik vond het geweldig, reed ik daar in m’n uppie op zo’n grote paardenrug over de Jubbegaster prairie. De Haan reed zelf ook op een paard en soms mocht ik mee om het vee te verzamelen. Ik

voelde me een echte cowboy. Mijn grootvader is op Texel boer geweest, dus ik heb die achtergrond toch wel een beetje.’’

,,Later heeft een hele goede vriend van mij een huis gekocht in datzelfde dorp. En toen kwam ik er weer. Het lijkt wel of ik in mijn leven steeds naar Jubbega wordt toe gezogen. Maar in Heerenveen ging ik mijn Beerenburg halen. Een kruikje van het merk Boomsma. Die was net iets kruidiger dan Sonnema. Mokken dronk ik ervan. Want het was gezond, zeiden ze.’’

Wat waren jouw dromen toen je daar als meisje hoog te paard door de landerijen van Jubbega reed?
,,Het feit dat ik in staat was om als stadsmeid op een paard door Friesland te rijden, was al een droom die uitkwam. Ik voelde me de koning te rijk. Die natuurrijke omgeving maakte diepe indruk op mij, ik genoot met volle teugen. Ik had toen nog helemaal niet de aspiratie om zangeres te worden. Ik keek op televisie naar Rawhide, Bonanza en de High Chapperal. De romantiek van die western series vond ik onweerstaanbaar. Met klapperpistooltjes speelden ik en mijn vriendjes en vriendinnetjes die films na. Vooral Clint Eastwood was onze held. Hij speelde de voorman Rowdy Yates in Rawhide. Die films hebben toen wel een eitje bij mij gelegd dat nu eindelijk is uitgekomen, bij wijze van spreken. Ik was dan wel een meisje, maar in mijn hart was ik een straatknulletje dat wilde bomen klimmen, paardrijden en cowboytje en indiaantje spelen. Achteraf was die hele Amerikaanse geschiedenis zo fout als het maar kan, want alle indianen zijn bijna uitgeroeid. Maar wij kinderen zagen dat niet zo, voor ons was die ruwe romantiek het mooiste wat bestond.’’

Ik hield wel van muziek, maar verder dan een beetje tokkelen op een gitaar kwam ik niet. Via mijn broer hoorde ik de liedjes van de Beatles, de Stones, de Golden Earring en Creedence Clearwater Revival en daarmee is het voor mij het hele muziekavontuur begonnen. Van countrymuziek wist ik nauwelijks iets af. Maar sommige mensen die mijn nieuwe plaat gehoord hebben, zeggen tegen mij: het lijkt wel alsof je nu helemaal op je plek bent.’’

,,Ik vind het ook een verademing om nu eens in het Engels te zingen. Ik ben dol op het Nederlands, maar die taal past toch niet bij de countryachtige liedjes die ik nu zing. Ik ben al heel lang een fan van Steve Earle, al vanaf de tijd dat hij begon in de jaren zeventig en het is altijd een stille wens van mij geweest om ooit nog eens een plaat in zijn stijl te maken. Zijn liedjes zijn net kleine schilderijtjes. De weg van mijn carriere heeft me eigenlijk altijd ergens anders naar toe geleid en daardoor ben ik er nooit toe gekomen een countryplaat te maken. Ik ben bijvoorbeeld ooit het nationale songfestival gaan doen en toen ben ik ineens Nederlandstalig gaan schrijven. Want ik kreeg de kans een heel album in het Nederlands te maken en dat vond ik wel een uitdaging.’’